Naar hoofdinhoud
De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, maar die kan aantonen dat hij redelijkerwijs hogere kosten van huur of hypotheeklasten voor deze woning betaalt dan 15 procent van de gezinsnorm. De in het tweede lid genoemde mogelijkheid staat niet open voor ouders en niet ten laste komende kinderen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft en die niet aantoont dat zijn kosten van huur of hypotheeklasten voor deze woning redelijkerwijs meer bedragen dan 15 procent van de gehuwdennorm. [vervallen].

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel