Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen per maand niet hoger is geweest dan 110% van het norminkomen.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als genoemd in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die in de laatste 12 maanden van de referteperiode een gedraging als bedoeld in artikel 8, sub c. (derde categorie) of sub d. (vierde categorie) van de maatregelverordening heeft verricht.
Indien gedurende de referteperiode, deze onderbroken wordt door het aanvaarden door belanghebbende van werk van tijdelijke aard, met een maximum van 6 maanden, wordt de referteperiode opgeschort en komt de referteperiode niet op 0 te staan. Een dergelijke opschorting kan slechts 2 maal plaatsvinden.
Artikel 2
Recht op de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Overbetuwe 2009