Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Overbetuwe 2009

De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt: voor gehuwden: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 21, aanhef en onder c. van de wet; voor alleenstaande ouders: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 21, aanhef en onder b. van de wet, vermeerderd met 40% van de maximale toeslag, genoemd in artikel 25, tweede lid van de wet; voor alleenstaanden: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 21, aanhef en onder a. van de wet, vermeerderd met 40% van de maximale toeslag, genoemd in artikel 25, tweede lid van de wet; voor gehuwden, verblijvend in een inrichting: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder a. van de wet, vermeerderd met 40% van het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid, aanhef en onder a. van de wet; voor alleenstaande ouders en alleenstaanden, verblijvend in een inrichting: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder b. van de wet, vermeerderd met 40% van het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid, aanhef en onder b. van de wet. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de bijstandsnorm en toeslag, exclusief vakantietoeslag. De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt naar boven afgerond tot het eerste gehele getal. De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt bepaald aan de hand van de bijstandsnorm en toeslag, zoals deze gelden per 1 januari van het jaar, waarin de peildatum gelegen is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel