Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: de wet: de Wet werk en bijstand; het college : het college van burgemeester en wethouders; referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop op enig moment het recht op een langdurigheidstoeslag ontstaat; norminkomen:100% van de op de belanghebbende(n) van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de wet, inclusief eventuele toeslagen en verlagingen op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 3 van de wet; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op de langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; WSF: Wet Studiefinanciering 2000; WTOS:Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; maatregelverordening: de Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2010.

Rechtspraak bij dit artikel