De raad benoemt 2 leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden
en/of uit de leden van de raadscommissies en 3 externe leden.
De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadsleden of
raadscommissieleden zijn, worden voor een periode gelijk aan de
zittingsduur van de raad aangewezen. De leden die niet deel uitmaken
van de raad worden voor een periode van zes jaar aangewezen.
De raad benoemt de voorzitter uit de externe leden van de
rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de
vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het
bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
hiertoe regelmatig overleg met de onderzoeker(s) en met het
secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het
langstzittende externe lid op als voorzitter dan wel, als de overige
leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe
lid in jaren.
Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden
van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de
rekenkamercommissie.