Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Overbetuwe 2008

Voorafgaand aan de behandeling van een betreffend agendapunt kunnen aanwezige burgers het woord voeren over dat geagendeerde onderwerp. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; onderwerpen die niet op de agenda staan. Degene, die van dit spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag voor de vergadering vóór 16.00 uur aan de (commissie-)griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er in totaal, over alle agendapunten bij elkaar, meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel