De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie als zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.
De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5.
Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Overbetuwe 2008