Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Instelling raadscommissies

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Overbetuwe 2010

1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. commissie Ruimte; b. commissie Burger; c. commissie Huis der gemeente (HdG); d. commissie Gemeentebrede en/of financiële zaken (GFZ). 2. De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. ruimtelijke ordening; b. beheer openbare ruimte; c. verkeer en vervoer; d. woningbouw; e. milieuzorg. 3. De raadscommissie Burger adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. maatschappelijke participatie en ondersteuning; b. onderwijs en educatie; c. sport, cultuur en recreatie; d. veiligheid; e. en binnen het beleidsterrein bestuur en organisatie alleen de dienstverlening aan de burgers en burgerparticipatie. 4. De raadscommissie Huis der gemeente adviseert en overlegt over alle onderwerpen die betrekking hebben op het tot stand komen van het nieuwe gemeentehuis. 5. De raadscommissie Gemeentebrede en/of financiële zaken adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. onderwerpen die de gehele gemeente raken en breder zijn dan de onderwerpen zoals genoemd bij de raadscommissies Ruimte, Burger of Huis der gemeente; b. gemeentebrede financiële zaken, waaronder in ieder geval: programmarekening en programmaverantwoording, voor- en najaarsnota, managementletter accountant. c. economische zaken; d. bestuur en organisatie uitgezonderd de dienstverlening aan de burgers en burgerparticipatie. 6. Naast de raadscommissies als bedoeld in het eerste lid kan de raad projectcommissies instellen. Een dergelijke commissie wordt ingesteld als sprake is van een project: a. dat van grote politieke en/of maatschappelijke importantie is; b. waarbij verschillende belangen zorgvuldig afgewogen dienen te worden, en c. wat een grote betrokkenheid (kwalitatief en kwantitatief) van een of meerdere raadscommissies als bedoeld in het eerste lid zou vergen om het project zorgvuldig voor te bereiden en te evalueren, hetgeen als ongewenst wordt beschouwd. Op een projectcommissie is deze verordening van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een projectcommissie niet de raad, maar één van de vier raadscommissies adviseert.

Rechtspraak bij dit artikel