Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Overbetuwe 2011

Dit statuut verstaat onder: a. het college : het college van burgemeester en wethouders; b. derivaten : financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen reële producten zijn zoals grondstoffen, of financiële producten, zoals leningen of obligaties. Derivaten worden onder andere gebruikt om valuta- en renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; c. financiële onderneming : een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen; d. financiering : het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen als vreemd vermogen; e. geldstromenbeheer : al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); f. gemeente : de gemeente Overbetuwe; g. intern liquiditeitsrisico : de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; h. kasgeldlimiet : een bedrag op basis van de wet ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; i. koersrisico : het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; j. kredietrisico : de risico’s op een waardedaling van een vordering als gevolg van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij vanwege insolventie of deficit; k. liquiditeitenbeheer : het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; l. liquiditeitenplanning : een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid; m. middelen : geldmiddelen; n. raad : de gemeenteraad; o. rating : taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau; p. renterisico : het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; q. renterisiconorm : een bij de aanvang van enig jaar op basis van de wet gefixeerd percentage van het totaal van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; r. rentetypische looptijd : het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; s. saldobeheer : het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; t. rentevisie : toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en uitzettingenbeleid wordt gevoerd; u. solvabiliteitsratio : een verhoudingsgetal dat als hulpmiddel kan dienen bij het verkrijgen van inzicht in de solvabiliteit van een organisatie; v. solvabiliteitsratio van 0% : status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend; w. treasury(functie) : alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasury(functie) bestaat uit drie deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer; x. uitzetting : het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; y. valutarisico : het risico dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment; z. de wet : de Wet financiering decentrale overheden.

Rechtspraak bij dit artikel