Naar hoofdinhoud
Aan de directeur belastingen, vakeenheid Belastingen, onderdeel van het cluster Dienstverlening, verder te noemen de directeur Gemeentebelastingen Rotterdam, wordt door het college mandaat, volmacht of machtiging verleend tot: het innen en invorderen, waaronder zonodig het uitvaardigen van een dwangbevel en het nemen van een procesbesluit, en het in der minne regelen van geldvorderingen op debiteuren voortvloeiende uit door het college toegepaste bestuursdwang vanwege het ontruimen van zogeheten hennepkwekerijen; het uitoefenen van al die bevoegdheden, die het college krachtens hoofdstuk 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht toekomen en die naar het oordeel van voornoemde directeur Gemeentebelastingen Rotterdamnoodzakelijk zijn ter inning, invordering of het in der minne regelen van de onder a. bedoelde geldvorderingen; het leggen dan wel doen leggen van conservatoir en executoriaal beslag en voor zoveel nodig het aan de rechter verzoeken tot het verlenen van verlof daartoe in al die gevallen dat dat naar het oordeel van voornoemde directeur Gemeentebelastingen Rotterdamnoodzakelijk of dienstig is ter inning of invordering van de onder a. bedoelde geldvorderingen; het uitoefenen van al die bevoegdheden die een schuldeiser krachtens het privaatrecht heeft in al die gevallen dat dat naar het oordeel van voornoemde directeur Gemeentebelastingen Rotterdamnoodzakelijk of dienstig is ter inning of invordering van de onder a. bedoelde geldvorderingen. Het inschakelen van een advocaat in geval er executiegeschillen aanhangig worden gemaakt ter zake van de onder a. bedoeld geldvorderingen en voor zover zulks wettelijk noodzakelijk is bij de uitoefening van de bevoegdheden onder b, c en d.

Rechtspraak bij dit artikel