Het openen van een eigen graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen op een begraafplaats, geschiedt, uitgezonderd wanneer dit op rechterlijk gezag moet plaatsvinden, uitsluitend met toestemming van de burgemeester, door de aannemer en/of diens personeel, onder toezicht van de beheerder.
Het opgraven, het overbrengen en het herbegraven van een reeds begraven lijk, vindt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 van de Wet, plaats op een nader door het rechterlijk gezag of door de burgemeester te bepalen tijdstip.
Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende kan het college van burgemeester en wethouders een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatsvinden, of asbus worden bijgezet.
Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het derde lid bedoelde sluiting zal plaatsvinden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard.
Paragraaf
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe