Het ruimen van graven kan op last van burgemeester en wethouders geschieden na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk van een overledene is begraven.
Het voornemen van burgemeester en wethouders wordt tenminste twee maanden tevoren ter kennis gebracht van de betrokken regionaal inspecteur van de volksgezondheid. De kennisgeving als hiervoor bedoeld kan plaatsvinden door middel van een eenmaal per jaar vastgestelde ruimingsplan.
Graven waarop een uitsluitend recht berust worden, tenzij de rechthebbende op het graf niet bekend is, geruimd, met schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Ruiming van eigen graven kan tevens geschieden op schriftelijk verzoek van de belanghebbende op het graf, tegen betaling van het daarvoor in de heffingsverordening vastgestelde recht.
Tot ruiming van eigen graven kan tevens worden overgegaan wanneer de rechthebbende geen verlenging heeft aangevraagd van de termijn van grafrustuitgifte en het lichaam ten minste tien jaar begraven is geweest.
De rechthebbende op het graf die schriftelijke toestemming heeft verleend, kan verlangen, dat de na opgraving, gecremeerde stoffelijke resten opnieuw in dezelfde ruimte worden bijgezet.
Het ruimen van asbussen vindt niet plaats dan na verloop van twintig jaren nadat de as in de bus is geborgen en . slechts met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet. De ruiming geschiedt door verstrooiing van de as op een permanent daartoe bestemd terrein of in open zee.
Paragraaf
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe