1.
Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen,
vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking of
beplanting geschiedt door, voor rekening van en voor
risico van de rechthebbende.
2.
De rechthebbende is verplicht de grafbedekking of
beplanting behoorlijk te onderhouden of te
herstellen.
3.
Als de rechthebbende nalaat de grafbedekking of
beplanting behoorlijk te onderhouden of te
herstellen, kan het college deze verwijderen.
Verwijderde grafbedekking blijft gedurende dertien
weken ter beschikking van de rechthebbende en
vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
enige vergoeding verplicht is.
4.
De verwijdering vindt niet plaats dan nadat:
a.
het college de rechthebbende schriftelijk op de
hoogte heeft gesteld van de toestand van de
grafbedekking of beplanting, én
b.
binnen een termijn van 13 weken, gerekend vanaf de
dag van aanschrijving, geen herstel of vernieuwing
van de grafbedekking of beplanting heeft
plaatsgevonden.
Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend
is, maakt het college de verklaring bij de ingang
van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.
Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
aangebracht.
5.
Het college kan de rechthebbende per aanschrijving
verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te
herstellen binnen een door het college te stellen
termijn als de beschadiging:
a.
zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt,
of
b.
gevaar oplevert voor derden.
6.
Bij blijvende verwaarlozing gedurende een periode
van vijf jaar kan het college met inachtneming van
het bepaalde in Artikel 28, zesde lid van de wet het
recht op het graf vervallen verklaren.
Hoofdstuk 6
Artikel 22
Onderhoud door rechthebbende
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Overbetuwe 2012