Aan een persoon met beperkingen, die niet kiest voor de collectieve vervoersvoorziening, wordt een financiële tegemoetkoming verleend.
De financiële tegemoetkoming, als bedoeld in het eerste lid, bedraagt bij vervoer per eigen auto, (rolstoel)taxi of door derden € 400,-- per kalenderjaar.
In afwijking van het tweede lid, bedraagt de financiële tegemoetkoming bij vervoer per eigen auto, taxi of door derden € 800,-- per kalenderjaar, als de persoon met beperkingen, gezien deze beperkingen niet voor de collectieve vervoersvoorziening kan kiezen.
In afwijking van het tweede lid, bedraagt de financiële tegemoetkoming bij vervoer per rolstoeltaxi € 1.200,-- per kalenderjaar, als de persoon met beperkingen, gezien deze beperkingen niet voor de collectieve vervoersvoorziening kan kiezen.
Een financiële tegemoetkoming wordt naar rato lager vastgesteld, als een verminderde vervoersbehoefte aanwezig is. De aanwezigheid van een verminderde vervoersbehoefte van tenminste 50% wordt geacht te bestaan wanneer de persoon met beperkingen als niet-zelfstandig wonende in een AWBZ-inrichting verblijft, tenzij deze aannemelijk maakt dat er geen sprake is van een verminderde vervoersbehoefte.
Gedurende het lopende kalenderjaar kan de keuze voor de financiële tegemoetkoming niet worden gewijzigd.
Hoofdstuk 4
Artikel 22
Omvang financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Overbetuwe 2009