Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016

1. Naast het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat door een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2. Verder kunnen burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet voor het grootste deel gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als de te subsidiëren activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid; c. als ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om: - uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of - strafbare feiten te plegen, zoals wordt bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob); d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; e. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; f. voor zover bepaalde groepen van deelname aan de activiteiten worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet een nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie; g. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter hebben; h. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; i. als niet is aangetoond dat de subsidie nodig is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze is aangevraagd; j. als burgemeester en wethouders onvoldoende reden zien om de subsidie te verlenen; k. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob. 4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel