Is een jaar- of boekjaarsubsidie verleend voor een in de loop van
het jaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet
de gehele subsidie nodig was, dan vormt de subsidieontvanger een
egalisatiereserve van ten hoogste tien procent van het
subsidiebedrag. Bedraagt het overschot meer dan tien procent, dan
wordt het meerdere door burgemeester en wethouders terug
gevorderd.
De ontvanger van een andere dan een jaarsubsidie kan burgemeester en
wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. Dan is
het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de egalisatiereserve
een zeker bedrag niet te boven mag gaan en dat deze slechts binnen
een bepaalde termijn kan worden gebruikt. Is de egalisatiereserve
gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant
door burgemeester en wethouders terug gevorderd.