Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
meetbrief: de meetbrief als bedoeld in artikel 24 van de Meetbrievenwet 1981;;
schip:
1. elk drijvend lichaam, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen, koopwaren, grondstoffen, producten en voorwerpen van allerlei aard, a dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende;
2. elk ander drijvend lichaam zoals een werk- en aanlegvlot, ponton, houtvlot, elevator, duikerklok, zandzuiger, baggermolen, drijvend werktuig, booreiland en elke andere drijvende inrichting ten dienste van de exploratie en/of exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen op zee;
binnenschip: een vaartuig — niet zijnde een pleziervaartuig — dat uitsluitend wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren;
vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van goederen;
passagiersschip: een binnenschip, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;
sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen;
pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk bestemd is voor het vervoer van personen, niet zijnde een passagiersschip;
drijvende inrichtingen: vaartuigen - niet zijnde drijvende werktuigen - bestemd voor of in gebruik als horecaruimte;
containerschip: een schip dat door zijn bouw en inrichting bestemd is voor het vervoer van containers;
laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen dezoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en dievan het ledige schip;
een ton: een massa van 1.000 kg;
gebruik van de haven: het in artikel 1 bedoelde gebruik van voor de openbaredienst bestemde gemeentewateren of van andere voor de openbare dienst bestemde werken ofinrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn;
CTB: Container Terminal Beverwijk
havenmeester: de havenmeester van de gemeente Beverwijk of diens plaatsvervanger;
inspecteur: de door burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar belast met de heffing van de binnenhavengelden;
tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakendetarieventabel;
termiin: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de havenplaatsvindt:
1 dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;
7 dagen: een aaneengesloten tijdvak van resp. 7 dagen;
een maand: een kalendermaand;
een kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden;
een jaar: een kalenderjaar;
een termijn vangt aan op de eerste dag daarvan om 0.00 uur.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Binnenhavengelden 2012