Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 16

Intrekking vergunning vaste plaats

Onderdeel van Marktverordening 2002

De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in het vierde lid van dit artikel; wanneer behoudens met ontheffing van het college van burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen (artikel 13, tweede lid) niet langer wordt voldaan aan de voor ingeschrevenen gestelde vereisten (artikel 13, eerste lid) en onverminderd de plicht om aan te tonen dat men verzekerd is (artikel 13, derde lid); indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per twee weken en tenminste negen maal per kwartaal zijn plaats op de markt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde omtrent ziekte (artikel 22), vakantie (artikel 23) en vervanging (artikel 24). De vergunning voor een vaste plaats wordt eveneens ingetrokken van degene die, gedurende een tijdvak van vierentwintig achtereenvolgende maanden, van het recht op het innemen van een vaste plaats persoonlijk geen of nagenoeg geen gebruik heeft kunnen maken. Indien het bepaalde in de beide voorgaande leden toepassing vindt, wordt de inschrijving op de anciënniteitenlijst (artikel 14, tweede lid), doorgehaald. Bij het overlijden van de vergunninghouder en in het geval intrekking van de vergunning van degene die gedurende een tijdvak van 24 achtereenvolgende maanden van het recht op het innemen van een vaste plaats persoonlijk geen of nagenoeg geen gebruik heeft kunnen maken, bijvoorbeeld wegens ziekte en/of buiten zijn schuld (artikel 16, tweede lid), wordt de vergunning voor de vaste plaats overgeschreven op de overblijvende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde, indien een daartoe strekkend schriftelijk verzoek binnen drie maanden na het overlijden dan wel na het verstrijken van genoemde termijn van 24 maanden bij het college van burgemeester en wethouders wordt ingediend. Indien de aanvrager, bedoeld in de vorige alinea, vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt de vergunning voor die plaats ingetrokken. De inschrijving op de ancienniteitenlijst (artikel 14, tweede lid), wordt dienovereenkomstig gewijzigd. In het geval er sprake is van hetgeen gesteld is in dit artikel onder het eerste lid sub a of b of het gestelde onder het tweede en het vierde lid niet van toepassing is, kan het meewerkend kind als bedoeld in artikel 12, derde lid, dan wel een wettig kind, als tweede of de vaste medewerker die de laatste vijf jaren op de markt bij de vaste koopman op de loonlijst heeft gestaan als laatste, binnen drie maanden schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders verzoeken de standplaats te mogen overnemen, waarbij voldaan moet worden aan de eisen die gesteld worden ten aanzien van de ancienniteitenlijst (artikel 15, eerste en derde lid) en aan de meeloperslijst (artikel 15, tweede lid). Het college van burgemeester en wethouders is mits aan de bepalingen in de Vestigingswetgeving wordt voldaan bevoegd, in bijzondere omstandigheden, bij gemoti­veerd besluit, af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel