De subsidieontvanger is een vergoeding aan de gemeente
verschuldigd voor zover het verstrekken van de subsidie heeft
geleid tot vermogensvorming, indien sprake is van de in artikel
4:41, tweede lid Awb vermelde gevallen.
Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in
overwegende mate ontleent aan de subsidie, wordt de maximale
vergoeding verstrekt.
Indien het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte
van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van
het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip
waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat
in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van
het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger
wordt ontvangen.
Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
door een door het college aangewezen onafhankelijke
deskundige.
Hoofdstuk
Artikel 22
Restitutie vermogensvorming
Onderdeel van Wijzigingsverordening rechtmatigheid gemeente Overbetuwe 2007