Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 8

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2003

De bevoegdheden ingevolge de volgende artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de kamer van de commissie: 2:1, tweede lid: schriftelijke machtiging verlangen; 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld; 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken aan gemachtigde tijdens de behandeling door de kamer van de commissie; 7:4, tweede lid: ter inzage leggen van stukken; 7:6, vierde lid: het, bij afzonderlijk horen, achterwege laten van het op de hoogte stellen van belanghebbende van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen; 7:18, tweede en zesde lid: ter inzage leggen van stukken en het, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen, achterwege laten van het ter inzage leggen; en 7:20, vierde lid: het, bij afzonderlijk horen, achterwege laten van het op de hoogte stellen van belanghebbende van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel