De bevoegdheden ingevolge de volgende artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de kamer van de commissie:
2:1, tweede lid: schriftelijke machtiging verlangen;
6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;
6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken aan gemachtigde tijdens de behandeling door de kamer van de commissie;
7:4, tweede lid: ter inzage leggen van stukken;
7:6, vierde lid: het, bij afzonderlijk horen, achterwege laten van het op de hoogte stellen van belanghebbende van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen;
7:18, tweede en zesde lid: ter inzage leggen van stukken en het, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen, achterwege laten van het ter inzage leggen; en
7:20, vierde lid: het, bij afzonderlijk horen, achterwege laten van het op de hoogte stellen van belanghebbende van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen, in verband met geheimhouding om gewichtige redenen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 8
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2003