De voorzitter van de kamer van de commissie bepaalt plaats,
datum en tijdstip van de zitting waarin belanghebbende(n) en
het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich
door de kamer van de commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen
7:3 en 7:8 van de wet.
Als de voorzitter op grond van de in het tweede lid vermelde
artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan
mededeling aan de belanghebbende(n) en het verwerend
orgaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 10
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Overbetuwe 2010