Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand

1.. Een raadslid wendt zich met een verzoek om ambtelijke bijstand tot de griffier. 2.. De griffier bepaalt of de gevraagde bijstand door medewerkers van de griffie kan worden verleend. Indien dit niet kan, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen om de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk te verlenen. 3.. De secretaris verleent de gevraagde bijstand, tenzij: het betrokken raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; de reguliere taakuitoefening van de betreffende ambtenaren hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht; het verzoek om bijstand de belangen van de gemeente kan schaden. 4.. Indien de secretaris de gevraagde bijstand op grond van het bepaalde in lid 3 weigert te verlenen, deelt hij dit schriftelijk en met redenen omkleed mee aan het betrokken raadslid alsmede aan de griffier.

Rechtspraak bij dit artikel