De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een
inspectierapport.
Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de
houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen
en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder
vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het
rapport.
De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie
weken na de vaststelling daarvan openbaar.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 18.
Het inspectierapport
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Overbetuwe 2005