Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Heffingsmaatstaf

Onderdeel van Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2010

De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen; of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing als vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het tweede en derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Voor toepassing van dit artikel geldt voor de categorie agrarische bedrijven, zoals deze als zodanig in de WOZ-administratie zijn opgenomen, dat er voor agrarische objecten wordt uitgegaan dat de hoeveelheid water dat niet als afvalwater is afgevoerd een zodanige omvang heeft, dat de hoeveelheid afvalwater dat direct of indirect op de riolering wordt afgevoerd gelijk is aan 500 m3 of minder. Voor een bedrijfsverzamelgebouw wordt de belasting als bedoeld in artikel 2 geheven per bedrijfsunit van waaruit afvalwater direct of indirect op de riolering wordt afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel