De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
afgevoerd.
Voor toepassing van het eerste lid, wordt
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden
aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231,
tweede lid, onder b van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in
gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
dat deel in gebruik heeft gegeven;
gebruik door degene aan wie een deel of een gedeelte van een
bedrijfsverzamelgebouw in gebruik is gegeven, aangemerkt als
gebruik door degene die dat deel of gedeelte in gebruik
heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel
ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2016