Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte voor maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. De compensatie gaat uit van de meerkosten voor de aanvrager.
De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen met tenminste een omvang per jaar mogelijk maken zoals vastgelegd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning.
Kinderen met beperkingen in de leeftijd van 0 tot en met 5 jaar kennen geen vervoersbehoefte van de omvang als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Voor kinderen met beperkingen in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar wordt de vervoersbehoefte geacht 50% te bedragen van de omvang als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Voor kinderen met beperkingen in de leeftijd van 13 tot en met 15 jaar wordt de vervoersbehoefte geacht 75 % te bedragen van de omvang als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Kinderen met beperkingen in de leeftijd van 16 tot en met 17 jaar kennen een vervoersbehoefte die gelijk is aan de omvang als bedoeld in het eerste en tweede lid.
In het geval dat de ouder(s)/verzorger(s) van het kind met beperkingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid geen eigen auto bezitten, wordt de vervoersbehoefte van dat kind vastgesteld volgens het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 5
Artikel 26
Omvang in gebied en in kilometers
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2008