Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen;
de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor de kosten voor onderhoud, zoals vastgelegd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning;
de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning.
De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd daarvan worden bij beschikking vastgesteld.
In geval van een woonvoorziening, een vervoervoorziening of een rolstoelvoorziening kan bij de beschikking een programma van eisen gevoegd worden. Dit programma van eisen beschrijft aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening moet voldoen.
De beschikking vermeldt op welke wijze het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald.
Het college kan controleren of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. In voorkomende gevallen is de budgethouder verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, op verzoek van het college per omgaande te verstrekken.
Na ontvangst van de in het vijfde lid bedoelde bescheiden beoordeelt het college of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2008