1.
Het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt.
2.
Als het gaat om het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
3.
Voor zover de aanvrager kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden als de aanpassing van de woning het bedrag zoals genoemd in het Besluit te boven gaat.
4.
Voor zover de in artikel 2, derde lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan in dat geval wel verstrekt worden.
5.
a.
Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem het normale gebruik van de woning belemmeren.
b.
Een verhuizing wordt geacht niet mogelijk te zijn, wanneer dit een woning buiten de eigen woonkern betreft.
c.
Een persoon met beperkingen kan voor een voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen, aanwezige gedragsstoornissen, chronisch psychisch of een psychosociaal probleem met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.
6.
Als een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen aan personen die op basis van aantoonbare beperkingen, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem behoefte hebben aan een dergelijke woning, verstrekt het college een herplaatsbare losse woonunit als daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan.
7.
De eigenaar-bewoner, die op grond van deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen welke leidt tot waardestijging van de woning, moet bij verkoop van deze woning binnen een periode van vijf jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onmiddellijk aan het college melden. De meerwaarde van de woning moet volgens het in het Besluit vastgelegde afschrijvingsschema worden terugbetaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 13
Wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2011