Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 20

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2011

Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt voor individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor de kosten voor onderhoud, zoals vastgelegd in het Besluit; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, wordt door het college vastgelegd in het Besluit. De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd daarvan worden bij beschikking vastgesteld. In geval van een woonvoorziening, een vervoervoorziening of een rolstoelvoorziening kan bij de beschikking een programma van eisen gevoegd worden. Dit programma van eisen beschrijft aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening moet voldoen. De beschikking vermeldt op welke wijze het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald. Het college kan controleren of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. In voorkomende gevallen is de houder van het persoonsgebonden budget verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit, op verzoek van het college per omgaande te overleggen. Na ontvangst van de in het vijfde lid bedoelde documenten beoordeelt het college of aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. De beschikking vermeldt de eigen bijdrage die de belanghebbende is verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel