Een referendum kan niet worden gehouden over de volgende onderwerpen:
besluiten van de gemeenteraad als beroepsorgaan en besluiten tot het voeren van rechtsgedingen;
besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen;
besluiten over rechtspositionele regelingen;
besluiten met betrekking tot geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden;
besluiten tot het vaststellen van de begroting, alsmede van de rekening;
besluiten met betrekking tot het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belasting;
besluiten in het kader van deze verordening;
besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmede gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen, welke mede kunnen worden veroorzaakt door verplichtingen jegens derden;
besluiten waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
besluiten ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de gemeenteraad geen beleidsvrijheid heeft;
besluiten welke naar het oordeel van de gemeenteraad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Onderwerpen waarover een referendum niet mogelijk is.
Onderdeel van Referendumverordening 2005