Indien de ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 3:1:0:7 bedoelde salarisverhogingen achterwege worden gelaten.
Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het vorige lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog wordt toegekend.
Een besluit zoals bedoeld in het eerste lid vindt altijd plaats aan de hand van een opgemaakte personeelsbeoordeling.