**1..** De verlaging, bij gedragingen zoals bedoeld in artikel 9, wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
vijfentwintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie, met uitzondering van de gedraging als bedoeld onder a of b als het betreft belanghebbenden met een IOAZ-uitkering.
**2..** De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit wordt gelijkgesteld het besluit om van verlaging af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6 lid 2.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.
Hoogte en duur van een verlaging
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, Bbz, IOAW en IOAZ 2012