Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.1

Artikel 2.1

Onderdeel van Verordening outplacement gewezen burgemeester en wethouders 2012

1.. De belanghebbende is verplicht: in voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden; aangeboden passende arbeid te aanvaarden; mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid; 2.. De belanghebbende dient hierbij te voorkomen dat hij: door eigen toedoen geen passende arbeid kan verkrijgen; door eigen toedoen passende arbeid opgeeft; eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren; 3.. De mate waarin arbeid als “passende arbeid” kan worden beschouwd, wordt in elk geval bepaald door: de aard van de arbeid, in relatie tot eerder verrichte arbeid, een eerder uitgeoefend beroep of opgedane werkervaring; het opleidingsniveau van de belanghebbende; de reistijd naar en van het werk; het geboden loon; het werkloosheidsrisico; 4.. Voorgaande verplichting tot het aanvaarden van passende arbeid vervalt indien belanghebbende: de leeftijd van 65 jaar bereikt; een nieuw politiek ambt als bedoeld in artikel 2 van de Appa aanvaardt, waarvan de bezoldiging volgens artikel 133 van de Appa tenminste 70% bedraagt van de als burgemeester danwel wethouder laatstgenoten wedde; recht heeft op een voortgezette uitkering als gevolg van algemene invaliditeit als bedoeld in artikel 133a van de Appa; 5.. Voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing gedurende de eerste drie maanden na het aftreden van de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel