Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Over te leggen stukken

Onderdeel van Beheersverordening algemene begraafplaats Druten 2011

1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder 2. Voor de begraving of de bezorging van as op- of in een particulier graf moet schriftelijk toestemming worden aangevraagd. 3. De rechthebbende of de belanghebbende van de asbus of de urn dient hiertoe een ondertekend schriftelijk verzoek in bij de administratief beheerder. 4. Toestemming van de administratief beheerder wordt alleen verleend nadat de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf schriftelijk toestemming heeft verleend om de asbus of urn bij te zetten. De verkregen toestemming van de gemeente moet daarna door de rechthebbende overgelegd worden aan de beheerder op de algemene begraafplaats. 5. Voor het bijzetten van een urn in het columbarium en voor het verstrooiien van as op het asverstrooiingsveld is schriftelijke toestemming van de beheerder vereist. 6. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Deze verlengingstermijn dient een zodanige periode te hebben dat de resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. 7. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 8. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel