Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8:
weigert de burgemeester de vergunning indien de
vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in
strijd is met een geldend bestemmingsplan;
kan de burgemeester de vergunning weigeren indien
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
woon- en leefsituatie in de omgeving van het
horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare
wijze nadelig wordt beïnvloed.
Bij de toepassing van de in het tweede lid onder b genoemde
weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
plaatse reeds bloot zal komen te staan door de
exploitatie.
Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
winkelactiviteit. Van een nevenactiviteit is sprake indien
minder dan 10% van de verkoopvloeroppervlakte wordt gebruikt
voor de horeca-activiteiten.
Voorts geldt het eerste lid niet voor:
a. een horecabedrijf in zorginstellingen;
b. een horecabedrijf in scholen;
c. een horecabedrijf in bedrijfskantines;
d. een horecabedrijf in ziekenhuizen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28
Exploitatievergunning horecabedrijf
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 APV