Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van
de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen
termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
dan wel de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van
de iepziekte wordt voorkomen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 4:12b
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 APV