1 In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
a) Wet
Wet maatschappelijke ondersteuning;
b) Compensatiebeginsel
de algemene verplichting aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare
beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een
gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot
maatschappelijke participatie;
c) Beperkingen
moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten;
d) Persoon met beperkingen
een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en
psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten
op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij
het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het
ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden;
e) Mantelzorger
een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de Wet;
f) Zelfredzaamheid
het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om voorzieningen te treffen die
deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken
g) Maatschappelijke participatie
normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden,
het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig
verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke
vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van
sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
h) Algemene voorziening
een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de
beperkingen die een persoon ondervindt;
i) Individuele voorziening
een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen
adequate oplossing biedt;
j) Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten
een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij
respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget
(een eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaald moet
worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing
zijn;
k) Voorziening in natura
een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
dienstverlening wordt verstrekt;
l) Persoonsgebonden budget
een geldbedrag, zoals bedoeld in artikel 6 en 6a van de Wet, waarmee de aanvrager een of
meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en
het Besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;
m) Financiële tegemoetkoming
een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het
inkomen van de aanvrager;
n) Algemeen gebruikelijk
naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon
van een persoon als de aanvrager behorend;
o) Meerkosten
kosten van een mogelijk krachtens de Wet te verlenen voorziening, voorzover dit deel van de
kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van
een dergelijke voorziening;
p) Besparingsbijdrage
een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de
verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte
voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen;
q) Huisgenoot
iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont;
r) Budgethouder
een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend
en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
verschuldigd is;
s) Aanvrager
1.een persoon met beperkingen van 18 jaar of ouder oftewel de wettelijk
vertegenwoordiger of diens gemachtigde
2.de wettelijk vertegenwoordiger oftewel een gemachtigde van een persoon met
beperkingen van jonger dan 18 jaar
t) Inkomen
1.het bruto-inkomen van de persoon met beperkingen indien deze 18 jaar of ouder is en
geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 94 e.v. boek 1 Burgerlijk Wetboek.
2.het gezamenlijk bruto-inkomen van de ouders of pleegouders van de persoon met
beperkingen indien deze jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van
artikel 94 e.v. boek 1 Burgerlijk Wetboek.
3.het gezamenlijk bruto-inkomen van de persoon met beperkingen en zijn echtgenoot
indien deze een echtgenoot heeft in de zin van artikel 94 e.v. boek 1 Burgerlijk
Wetboek.
4.verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale
verzekeringspremies en pensioenpremies, met uitzondering van de procentuele premie
voor de basisziektekostenverzekering, zoals die per 1 januari 2006 van kracht is.
u) Woonwagen
voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in
delen kan worden verplaatst.
v) Besluit
het Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gulpen-
Wittem
2 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven
hebben dezelfde betekenis als in de Wet en de algemene Wet bestuursrecht en als gebruikelijk in
het dagelijks taalgebruik.
Artikel 1.
Begripsbepalingen.
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010