1 Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor
een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning
belemmeren.
2 Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor
een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder b. en c. in aanmerking worden gebracht
wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst
adequate voorziening is.
3 Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor
een voorziening als bedoeld in artikel 15, onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer
sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich
kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.
4.
a) In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor een bedrag zoals door
het college is vastgesteld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-
Wittem is aangepast, kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar
van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6
maanden.
b) De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld onder sub a is afhankelijk van de
kale huur van de woonruimte, met een maximum dat gelijk is aan de maximumhuur (kale huur)
die van toepassing is voor de berekening van de huursubsidie.
5
a) Het college kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting
verlenen die door de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6
van de Wet moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van zijn huidige
woonruimte of de nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de woonruimte
ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de
persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet als gevolg
daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan.
b) Een tegemoetkoming in de kosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt alleen
verleend als de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van
de Wet redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou
hebben.
c) De maximale termijn dat een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als
bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt 6 maanden.
d) In de onder sub a bedoelde gevallen kan alleen een tegemoetkoming in de kosten worden
verleend als deze kosten gemaakt werden in verband met het tijdelijk betrekken van een
zelfstandige woonruimte of het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of
het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte
e) In het Besluit wordt nader bepaald voor welke sanering de persoon als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet in aanmerking wordt gebracht voor een
onder lid 3 bedoelde woonvoorziening indien het klachten betreft in verband met
luchtwegallergieën/CARA.
6.
Bij verhuizing naar een andere gemeente door het ontbreken van geschikte woonruimte binnen
de eigen gemeente komen de kosten van verhuizing en inrichting voor rekening van de
gemeente Gulpen-Wittem.
Artikel 16.
Primaat van de verhuizing
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010