Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in
artikel 22, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
a) aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem
als bedoeld in artikel 22, onder a., onmogelijk maken dan wel
b) een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet aanwezig is.
Artikel 24.
Het primaat van het collectief vervoer.
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010