1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor
de in artikel 27, onder a. en b. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel of dagelijks zittend
verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op
grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen
adequate oplossing bieden.
2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor
de in artikel 27, onder c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het sporten zonder sportrolstoel
onmogelijk maken.
Artikel 28.
Incidenteel en dagelijks rolstoelgebruik en sportrolstoel
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010