Naar hoofdinhoud
1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a) niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens de Wet, dan wel deze verordening; b) op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist of onvolledig waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; c) betrokkene schriftelijk aangeeft geen prijs meer te stellen op de voorziening; d) uit onderzoek blijkt dat geen gebruik wordt gemaakt van de verstrekte voorziening. 2.Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel