**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Met uitzondering van de parkeerterreinen waar is aangegeven dat achteraf betaald moet worden. Op deze parkeerterreinen wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet achteraf bij het beëindigen van het parkeren worden betaald.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, kan bij een bedrag van meer dan € 68,06 worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand waarin de vergunning is verleend en de volgende steeds een maand later.
**3..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2008