Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Weigering

Onderdeel van Subsidieverordening monumentale gebouwen, complexen en gebieden

1.. Een subsidie wordt niet verleend, indien: met de werkzaamheden het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de kosten van de werkzaamheden niet geacht kunnen worden in een redelijke  verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat; de subsidie wordt aangevraagd voor werkzaamheden aan onderdelen van een pand waarvoor in een periode van 15 jaar voorafgaande aan de aanvraag  reeds een subsidie van overheidswege werd verleend, behoudens bijzondere projecten; het werk waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, reeds is uitgevoerd of indien een begin is gemaakt met de werkzaamheden zonder schriftelijke toestemming van het college. 2.. Indien de Gemeenteraad een besluit heeft genomen tot onteigening van een pand dan wel beëindiging van het erfpachtrecht, wordt een subsidie voor het betrokken pand geweigerd, tenzij deze is ingediend door een gemeentelijke dienst of bedrijf, of een instelling als bedoeld in art. 5, tweede lid. 3.. Aanvragen die slechts om redenen van onvoldoende budget niet in het jaarprogramma kunnen worden opgenomen, worden aangehouden voor het daaropvolgend jaarprogramma; indien ook dan geen opname in het programma volgt, wordt de subsidie geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel