**1..** De aangevraagde voorziening wordt noodzakelijk geacht, indien het dagelijks bestuur heeft vastgesteld dat
het treffen van de voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden,
de voorziening niet eerder voor opname in het programma als bedoeld in artikel 10 kon worden ingediend,
geen van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen weigeringgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past het dagelijks bestuur de regels toe met betrekking tot:
de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I ;
de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ;
de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in bijlage III .
**2..** De beslissing van het dagelijks bestuur kan betekenen dat slechts een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening als noodzakelijk wordt beschouwd.
**3..** Indien de noodzaak van de aanvraag naar het oordeel van het dagelijks bestuur is aangetoond, wijst deze de voorziening toe en geeft met toepassing van artikel 3 aan welk bedrag voor de gewenste voorziening beschikbaar wordt gesteld.
**4..** Binnen twee weken na de beslissing van het dagelijks bestuur wordt de beslissing bekendgemaakt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 20
Inhoud beslissing
Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2009