**1..** De aangevraagde voorziening wordt noodzakelijk geacht, indien het dagelijks bestuur heeft vastgesteld dat
- - het treffen van de voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden,
- - de voorziening niet eerder voor opname in het programma als bedoeld in artikel 10 kon worden ingediend,
- - geen van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen weigeringgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past het dagelijks bestuur de regels toe met betrekking tot:
- - de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I ;
- - de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ;
- - de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in bijlage III .
**2..** De beslissing van het dagelijks bestuur kan betekenen dat slechts een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening als noodzakelijk wordt beschouwd.
**3..** Indien de noodzaak van de aanvraag naar het oordeel van het dagelijks bestuur is aangetoond, wijst deze de voorziening toe en geeft met toepassing van artikel 3 aan welk bedrag voor de gewenste voorziening beschikbaar wordt gesteld.
**4..** Binnen twee weken na de beslissing van het dagelijks bestuur wordt de beslissing bekendgemaakt.