Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 29

Einde gebruik/staat van onderhoud

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2009

1.. Het gebruik van een gebouw of terrein wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 1 augustus, volgend op de datum waarop de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs  is getekend of gedeputeerde staten een beslissing hebben genomen inzake een geschil omtrent de toepassing van artikel 110, eerste lid van voormelde wet, beëindigd. 2.. Indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid behoort van het bevoegd gezag en dat, gezien de ontvangen vergoedingsbedragen voor onderhoud, redelijkerwijs door het bevoegd gezag had kunnen worden uitgevoerd, wordt voordat de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 110, vierde lid, van de wet op het primair onderwijs heeft plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt. 3.. Het bevoegd gezag verstrekt aan het dagelijks bestuur alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opmaken van de staat van onderhoud. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat het opmaken van een staat van onderhoud achterwege kan blijven. 4.. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien sprake is van verrekenbaar achterstallig onderhoud, vastgesteld welke elementen van het onderhoud door of voor rekening van het bevoegd gezag worden uitgevoerd. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze wordt gevolgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel