Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 6

Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2009

1.. De aanvraag vermeldt in ieder geval: de naam en het adres van de aanvrager; de dagtekening de naam van de school, en voor zover van toepassing, het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd; welke voorziening wordt aangevraagd; de noodzaak en omvang van de gewenste voorziening; de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening; een schatting van de noodzakelijke kosten. Indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, sub 3°,4°,5° en 9° en onder b tot en met g, worden de verwachte kosten onderbouwd met een gespecificeerde prijsopgave. 2.. In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat de aanvraag vergezeld van: de opgave van het te verwachten aantal leerlingen van de school waarvoor de voorziening is bestemd op basis van de prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening; de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met 4°; een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt indien het een voorziening betreft bestaande uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een school voor basisonderwijs of van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, uit aanpassing aan de buitenzijde van een gebouw van een school voor voortgezet onderwijs of uit herstel van een constructiefout. 3.. Bij het ontbreken van één of meer gegevens deelt het dagelijks bestuur dit vóór 15 februari van het jaar van indiening schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om vóór 15 maart van het jaar van indiening de ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt vóór 15 maart, kan het dagelijks bestuur beslissen de aanvraag niet te behandelen. 4.. De beslissing om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen twee weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel