Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van SPEELAUTOMATENverordening gemeente West Maas en Waal 2012

In deze verordening wordt verstaan onder: Wok: Wet op de kansspelen speelautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30, lid a van de Wok; een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisme, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen. behendigheidsautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30, lid b van de Wok; een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spelen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt. kansspelautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30, lid c van de Wok; een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is. hoogdrempelige inrichtingen: Een inrichting als bedoeld in artikel 30, lid d van de Wok; een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikel en lid wordt uitgeoefend; De ruimte dient als café of als restaurant in gebruik te zijn en daarvoor een geldige drank- en horecavergunning te bezitten, en; Het café- of restaurantbezoek dient op zichzelf te staan en er mogen geen activiteiten plaatsvinden waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend. Zelfstandige betekenis houdt in dat de activiteiten niet uitsluitend ter ondersteuning van het cafébezoek dient, maar een zelfstandige stroom bezoekers trekt, en; De activiteiten die in de inrichting plaatsvinden moeten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder. Deze eis is een duidelijk voorbeeld van de achtergrond van de wetgeving, namelijk het voorkomen van gokverslaving bij jongeren. laagdrempelige inrichtingen: Wanneer is er sprake van een laagdrempelige inrichting? Alle inrichtingen die niet voldoen aan de eisen voor hoogdrempeligheid zijn laagdrempelig. Een laagdrempelige inrichting wordt gezien als een inrichting die het publiek niet in eerste instantie pleegt te bezoeken voor het nuttigen van alcohol en / of maaltijden. Aansluiting wordt gezocht bij de jurisprudentie van het College voor Beroep voor het Bedrijfsleven. Daarnaast is een laagdrempelige inrichting een inrichting waarin horeca-activiteiten worden verricht en waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca & Catering. Bij de beoordeling van de aanvragen moet iedere eer gekeken worden naar de feitelijke situatie in de inrichting en niet alleen naar de benaming van de inrichting. Voorbeelden van een laagdrempelige inrichting zijn: snackbar, cafetaria, discotheek, lunchroom, sportcomplex en pizzeria. samengestelde inrichtingen: Indien een inrichting bestaat uit meerdere verschillende ruimten betreft het een samengestelde inrichting. In dat geval zal door de gemeente achtereenvolgend moeten worden vastgesteld: Of er sprake is van één of meerdere inrichtingen (in bijna alle gevallen is echter sprake van één inrichting) Of de inrichting hoog- of laagdrempelig is. Als er sprake is van twee of meer inrichtingen wordt separaat de drempeligheid van die inrichting op basis van de hierboven aangegeven criteria beoordeeld. Of, als de inrichting laagdrempelig is, er toch sprake kan zijn van een voldoende afgescheiden en zelfstandig deel, dat als hoogdrempelig beschouwd kan worden en waar dus voor twee kansspelautomaten vergunning moet worden verleend indien daarom wordt gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel