In deze verordening wordt verstaan onder:
Wok: Wet op de kansspelen
speelautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30, lid a van
de Wok; een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel,
dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
mechanisme, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het
resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke
uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht
om gratis verder te spelen.
behendigheidsautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30,
lid b van de Wok; een speelautomaat waarvan het spelresultaat
uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht
op gratis spelen en het proces, ook nadat het in werking is
gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of
vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik
van de daartoe geboden middelen afhangt of in welke mate de
spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen
wordt.
kansspelautomaat: Een automaat als bedoeld in artikel 30, lid c
van de Wok; een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat
is.
hoogdrempelige inrichtingen: Een inrichting als bedoeld in
artikel 30, lid d van de Wok; een inrichting als bedoeld in
artikel 1, eerste lid van de Drank- en Horecawet, waarin
rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikel en lid
wordt uitgeoefend;
De ruimte dient als café of als restaurant in gebruik te
zijn en daarvoor een geldige drank- en horecavergunning
te bezitten, en;
Het café- of restaurantbezoek dient op zichzelf te staan
en er mogen geen activiteiten plaatsvinden waaraan een
zelfstandige betekenis kan worden toegekend.
Zelfstandige betekenis houdt in dat de activiteiten niet
uitsluitend ter ondersteuning van het cafébezoek dient,
maar een zelfstandige stroom bezoekers trekt, en;
De activiteiten die in de inrichting plaatsvinden moeten
in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar
en ouder. Deze eis is een duidelijk voorbeeld van de
achtergrond van de wetgeving, namelijk het voorkomen van
gokverslaving bij jongeren.
laagdrempelige inrichtingen: Wanneer is er sprake van een
laagdrempelige inrichting?
Alle inrichtingen die niet voldoen aan de eisen voor
hoogdrempeligheid zijn laagdrempelig.
Een laagdrempelige inrichting wordt gezien als een
inrichting die het publiek niet in eerste instantie
pleegt te bezoeken voor het nuttigen van alcohol en / of
maaltijden.
Aansluiting wordt gezocht bij de jurisprudentie van het
College voor Beroep voor het Bedrijfsleven.
Daarnaast is een laagdrempelige inrichting een
inrichting waarin horeca-activiteiten worden verricht en
waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven
is bij het Bedrijfschap Horeca & Catering. Bij de
beoordeling van de aanvragen moet iedere eer gekeken
worden naar de feitelijke situatie in de inrichting en
niet alleen naar de benaming van de inrichting.
Voorbeelden van een laagdrempelige inrichting zijn:
snackbar, cafetaria, discotheek, lunchroom, sportcomplex
en pizzeria.
samengestelde inrichtingen: Indien een inrichting bestaat uit
meerdere verschillende ruimten betreft het een samengestelde
inrichting. In dat geval zal door de gemeente achtereenvolgend
moeten worden vastgesteld:
Of er sprake is van één of meerdere inrichtingen (in
bijna alle gevallen is echter sprake van één
inrichting)
Of de inrichting hoog- of laagdrempelig is. Als er
sprake is van twee of meer inrichtingen wordt separaat
de drempeligheid van die inrichting op basis van de
hierboven aangegeven criteria beoordeeld.
Of, als de inrichting laagdrempelig is, er toch sprake
kan zijn van een voldoende afgescheiden en
zelfstandig
deel, dat als hoogdrempelig beschouwd
kan worden en waar dus voor twee kansspelautomaten
vergunning moet worden verleend indien daarom wordt
gevraagd.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van SPEELAUTOMATENverordening gemeente West Maas en Waal 2012