**1..** Het college stelt de verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18,
tweede lid, van de wet vast op:
a. vijf procent van de bijstand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de bijstand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. twintig procent van de bijstand bij gedragingen van de derde
categorie;
d. honderd procent van de bijstand bij gedragingen van de vierde
categorie.
**2..** Het college kan, in afwijking van het eerste lid, het percentage van de
verlaging hoger of lager vaststellen, tot een minimum van vijf procent
en een maximum van honderd procent, rekening houdend met de ernst van de
gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden
van de belanghebbende.