Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: de “Wet werk en bijstand (Stb.2004); b. alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die geen totzijn last komende kinderen heeft en die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; c. alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; d. gehuwde: een persoon die gehuwd is en 21 jaar of ouder is doch jonger dan 65 jaar; e. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; f. ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; g. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; h. woning: een woning, woonwagen en een woonschip; i. woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de individuele Huursubsidie (Stb. 1986, 265); 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekendesom van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten,waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaaraandeel van de onroerend zaakbelastingen, de opstalverzekering en het eigenaaraandeel van de waterschapslasten. 3. woonkosten bij het bewonen van een woonwagen of woonschip, bijvoorbeeld stageld, liggeld of onroerend zaakbelasting, in ieder geval niet zijnde energiekosten. j. commerciële huurprijs: de geldende minimale huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet. k. netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid,onderdeel a van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon tenminste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonheffing, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en werknemersaandeel ziekenfondspremie; de loonheffing en premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel 55, tweede lid, van de wet. l. zorgbehoevende: een persoon die, bij niet-inwoning, is aangewezen op beroepsmatige verzorging. m. medebewoner: iemand die naast de belanghebbende zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. n. hoofdbewoner: een persoon die de woning in huur of eigendom heeft. o. WSF 2000: Wet op de studiefinanciering. 2.. Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21 jaar of ouder diemet een persoon van 21 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. 3.. Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van 21 jaar of ouder hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5.. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel