Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 3 en 4 wordt bij een inwonend kind -ouder dan 22 jaar- aangenomen dat er sprake is van medebewoning en dat de kosten gedeeld kunnen worden. 2.. Bij een inwonend kind tot 23 jaar wordt er niet van uitgegaan dat de kosten gedeeld kunnen worden. 3.. Bij een inwonend studerend kind dat rechtmatig een uitkering geniet ingevolge de WSF 2000 dat ouder is dan 22 jaar en jonger dan 25 - en tevens inkomsten uit arbeid geniet - wordt er van uitgegaan dat de kosten gedeeld kunnen worden tenzij aantoonbaar is dat deze inkomsten lager zijn dan het wettelijk minimum loon. 4.. Indien er - met in achtneming van het gestelde in lid 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 - een verlaging wordt toegepast kan deze maximaal 10% bedragen (art. 4.2)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel